Bijbelse Levensstijl - Bijbelse Feesten

BIJBELSE LEVENSSTIJL - Bijbelse feesten

Eerst verootmoediging en dan pas feest: Jom Têrú`a'h

De Bijbelse nieuwjaarsviering heeft een stil en ingetogen karakter. Het eigenlijke begin van het nieuwe jaar, de 1ste van Abhibh (twee weken vóór Pesach, Ex.12:2), wordt gevierd als een gewone Rosh Chodesh, 'hoofd van de maand'. Maar ook de eerste dag van de Zevende maand, aan het begin van het meest uitbundige van alle feesten, het Sukoth-Loofhuttenfeest - de dag die het 'hoofd van het jaar', Rosh Hashánáh, is gaan heten - heeft geen overdadig feestelijk karakter. Het is wel een dag met feestelijke maaltijden, met 'lekkernijen en zoete dranken' (Neh.8: 11), maar het heeft vooral iets plechtigs: het is een heilige dag, gestempeld door een 'heilige samenkomst' en bovenal door het heilige geluid (têrú`a'h*) van de r p' A v (shóphár: bazuin): 'In de Zevende maand, op de eerste dag, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal (Lev. 23:23).

Op deze heilige dag in Israël is er geen 'heidens kabaal', geen oorverdovend of knetterend vuurwerk, geen enkel lawaairitueel dat onze angst voor de onbekende en onberekenbare toekomst moet overstemmen. Maar er is wel geluid: het hartverscheurende geluid van de Shóphár dat het Godsvolk oproept zich gereed te maken voor de ontmoeting met de Heilige: om voor Hem te verschijnen met dankzegging en met grote vreugde. In feite vormt deze eerste dag van de Zevende, deze Rosh Hashánáh, de inleiding op de 'verootmoedigingsdagen' die eindigen op de 10ste, op de Dag der Verzoening, Jom Kipur**. Deze tien dagen van verootmoediging voorafgaand aan het grote feest van Sukoth, waarop men de Intocht herdenkt in het Beloofde land, zijn voorwaarde voor de viering van dit vrolijke feest: men kan geen echte vreugde beleven, als de relaties verstoord zijn met God en met elkaar.

* Het woord h [' W r T. (têrú`áh: bazuingeschal) betekent zowel geschrei als ook gejuich. De eerste keer dat in Bijbel sprake is van de Shóphár is bij de Neerdaling van God op de Sinai. Indrukwekkend is de beschrijving in Ex 19 vers 16: 'en het geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en een zeer sterk bazuingeschal, zodat het volk dat in de legerplaats was beefde' ( zie ook Ex.19:19 en 20:18). Huiveringwekkend, 'hartverscheurend', is het als God naar ons toekomt, maar tegelijk is Zijn Verschijning hoogst vreugdevol: Hij komt, Hij komt de aarde richten, om alles recht te zetten, wat scheef en onderste boven staat!

** 'Kipur' komt van het werkwoord r Pe Ki (kipér: bedekken). Hét Bijbelse bedekkingsmiddel is ~ D;; (dam: bloed, Lev. 16: 15). Terwijl bij het Pesachfeest het paaslam centraal staat als symbool van Gods genadig handelen, ligt bij Jom Kipur een sterk accent op het handelen van het Godsvolk zelf: men moet daadwerkelijk zijn zonden belijden en deze afdragen, overdragen aan het offerdier, de 'zondebok'.


Dit niet opnemen

Het is dan ook tekenend dat bij de verovering van het land, voor de muren van Jericho, de priesters op de Shóphár moeten blazen (Joz.6:4,16). Dit bazuingeschal, versterkt door het gejuich van heel het volk (Joz.6:20) doen de muren van deze onneembare vesting vallen. Daarom is het geluid van de Shóphár* op Rosh Hashánáh vol van perspectief op de voltooiing van Gods bevrijdend handelen, op de komst van het Koninkrijk Gods vanuit Zion voor alle volken, vol perpsepctief op de val van het moderne Jericho/Babel/Rome. Uiteindelijk verwijst het bazuingeschal op Rosh Hashánáh naar de Grote Bazuindag, de dag dat Israëls Messias Zijn engelen zal uitzenden, met 'luid bazuingeschal' om 'Zijn uitverkorenen te verzamelen uit de vier windstreken' (Matth.24:31), naar de dag ook dat de zeven engelen op de zeven Bazuinen blazen (Openb.8:2**), naar de dag tenslotte dat de Laatste Bazuin zal klinken en de doden onvergankelijk worden opgewekt. (1.Kor.15:52). Blaast de bazuin op Zion! (Joel 2: 15).

* In de Joodse traditie laat men de Shóphár drie verschillende tonen voortbrengen: de lange toon, de vibrerende en de jammerende of schreiende toon. Elk bestaat weer uit drie stoten. Het geheel is dus een samenstel van negen tonen. Bijzonder symbolisch is ook dat de Shóphár gemaakt is van een ramshoorn, als een verwijzing naar het mannelijk Offerlam dat Isaäk, en daarmee heel Israël, bevrijdde op de berg Moria.

** De zevende Shóphár proclameert de komst van het Koninkrijk Gods, de eindoverwinning, waarbij de Tempel weer opengaat en de Ark van het Verbond zichtbaar wordt.

Zoals op de 10ste van Abhibh elk gezin een offerlam uit de kudde kiezen moet voor de Pesachfeestmaaltijd ter herinnering aan het bevrijdende bloed op de deurpost, zo moeten op de 10ste van de Zevende maand voor heel het volk twee offerlammeren, geitenlammeren, worden gekozen, waarvan de één symbolisch beladen met de zonden van het volk de woestijn wordt ingestuurd, terwijl met het bloed van de andere het gouden deksel van de Ark in het Binnenste van Gods Woning werd besprenkeld, bedekt*, als teken, dat God Zelf, Zijn Liefde, Zijn Zelfovergave ( = het 'Lam Gods') onze zonden bedekt, wegdraagt* ( = vergeeft). Deze vergeving voltrekt zich niet zonder diepgaande verootmoediging, niet zonder schuldbelijdenis en niet zonder het daadwerkelijk rechtzetten van onze relatie tot de medemens

Terecht is in de Joodse beleving de tijd van Rosh Hashánáh tot en met Jom Kipur nauw verbonden met het laatste oordeel: in de Shóphártonen hoort men de oproep om persoonlijk voor God te verschijnen zoals op de Grote Dag van het gericht: 'schik u om Uw God te ontmoeten!

* Op de eersteling van de Zevende worden niet alleen brandoffers gebracht, maar ook spijsoffers (Num.29:2). Mogelijk ligt de maaltijd met 'lekkernijen' lin de lijn hiervan ( zie ook beneden onder Rosh Chodes-familiedag).


De Shóphár schreit én juicht: huiver én vreugde op de Bazuindag!

Zoals gezegd, wordt in de Bijbel de dag die later Rosh Hashanah is gaan heten, Jom Têruàh genoemd: dag van het Shóphárgeluid, van het Bazuingeschal, van het schreiende, hartverscheurende geluid van de Shóphár dat in ons huiver wekt voor het komende gericht. Rosh Hashánáh is een Jom Têru`ah, een dag om ons diep te verootmoedigen voor de Heilige Israëls. In Nehemia (8:6-10) lezen we hoe in een plechtige bijeenkomst het hele volk na de lofprijzing zich diep ter aarde buigt en hoe ze na onderwezen te zijn in de Mozaïsche wet allen in tranen uitbarsten. Er overvalt hen een onweerstaanbaar gevoel van berouw over hun eigenwillige leven in de voorbije tijd.

Aan het begin van de zevende maand, de eerste Tishri, wordt het nieuwe jaar gevierd: Rosh